Geen safe space

Hoe veilig is Nederland anno 2023 voor de lhbtq-gemeenschap?

Winq maakt de balans op

06 november 2023, Ruben Wissing, 14 minuten

In aanloop naar de verkiezingen (en een politieke aardverschuiving), maken we de balans op: hoe veilig is Nederland voor lhbtq personen anno 2023? En wat zou hoog op de nieuwe Haagse agenda moeten staan?

Na een lange werkdag loop ik in het donker van het metrostation richting mijn huis in Amsterdam Nieuw-West. Ik maak nog even een ommetje door de buurt om een podcast af te luisteren. Plotseling verschijnen er een stuk of acht jongens met capuchon uit een steegje. Ik ken ze niet. Ze rennen op me af met gebalde vuisten, alsof ze me willen slaan. Ik schrik. Ik denk nog: jezus, wat een flauwe grap. Die ‘grap’ maakt plaats voor een scheldpartij. ‘Kankerhomo’ dit, ‘kankerhomo’ dat, het bekende riedeltje. Reageren doe ik niet, maar ik voel dat ik mentaal ineenkrimp en hier snel weg moet. Een van de jongens duwt me, een ander gooit een frisdrankblikje tegen mijn hoofd. Fysiek doet het geen pijn, maar ik ril van angst en durf alleen naar de grond te kijken. Ze achtervolgen me een stukje, dus ik begin nog sneller te wandelen. Vlak voor ik ze kwijtraak, hoor ik een van de jongens roepen: “Ik weet waar je woont, kankerhomo!” Twee minuten later ben ik thuis en breek ik: waar heb ik dit aan verdiend? Het enige wat ik deed was… in stilte wandelen?

Nu word ik wel vaker uitgescholden in mijn buurt door groepjes jongeren (tot in mijn trappenhuis aan toe), maar zo geïntimideerd en klein heb ik me niet eerder gevoeld. Dit incident vond plaats in oktober 2022. Tot op de dag van vandaag loop ik met grote bogen om groepen tienerjongens heen en heb ik standaard mijn sleutelbos vast als ik na zonsondergang door mijn buurt loop. Een van m’n uiterlijke trademarks is mijn lange haar (denk aan dat van een ACDC-fan, maar dan gebruik ik wél conditioner). Dat zit inmiddels zo’n beetje permanent in een knot, want ik merk dat dit minder ‘kankerhomo’-reacties uitlokt.

“Sinds 2020, rond corona, zie je een verslechtering optreden in het aantal haatberichten tegen trans personen”

Mijn verhaal is natuurlijk niet uniek. Uit onderzoek van het Sociaal Cultureel Planbureau blijkt dat één op de tien Nederlandse lhbtq personen in 2022 te maken kreeg met fysiek geweld. Ook krijgen lhbtq personen nog altijd vaker bedreiging en (straat)intimidatie voor hun kiezen dan hun cis heteroseksuele landgenoten. Daarnaast neemt het onveiligheidsgevoel binnen de gemeenschap de afgelopen jaren sterk toe. Bij trans en intersekse personen liggen deze percentages nog een stuk hoger. “Trans en intersekse personen worden twee keer zo vaak gediscrimineerd als homo’s”, zegt Miriam van der Have. Zij is zelf intersekse en zet zich als directeur van Stichting NNID, de Nederlandse Organisatie voor Seksediversiteit, in voor de bescherming en acceptatie van intersekse personen. En dat is hard nodig. “Uit een grootschalige enquête van de EU blijkt dat mensen zelfs liever een lhb kind hebben, dan dat hun kind met een intersekse persoon thuiskomt.” Volgens Van der Have heeft dit voor een deel te maken met de beperkte kennis over intersekse in de samenleving, ook bij overheidsinstanties. “We weten bijvoorbeeld dat intersekse vluchtelingen soms een ingestudeerd verhaal over homohaat delen bij de IND. Gevoelsmatig maken ze daarmee meer kans op het verkrijgen van asiel dan met een verhaal over intersekse, omdat homofobie meer tot de verbeelding spreekt.”

Illustratie van Rikkie Kollé die online haatberichten ontvangt
“Rikkie Kollé, de eerste trans vrouw die een Miss Nederland-verkiezing won, werd bedolven onder haatberichten”

Harde online klappen

Ook Transgender Netwerk ziet een forse toename van het aantal meldingen van discriminatie en geweld. Niet eerder waren het er zoveel als afgelopen jaar. “Sinds 2020, een beetje rond corona, zie je een verslechtering optreden”, zegt voorzitter Remke Verdegem. “Het aantal haatberichten tegen trans personen is met 67 procent toegenomen.” Hoewel er uiteraard incidenten zijn op straat en de werkvloer, ziet Verdegem vooral een grote toename in online discriminatie. “Kijk maar naar Rikkie Kollé, de eerste trans vrouw die een Miss Nederland-verkiezing won. Zij werd dit jaar bedolven onder haatberichten, vaak anoniem. Je schrikt ervan.” Rikkie is helaas niet de enige, in mijn tijd als socialmediamanager bij NU.nl zag ik ieder artikel over een transgerelateerd onderwerp in de reacties gekaapt worden door accounts die de naarste transfobe dingen schreven, van deadnaming-‘grappen’ tot het oproepen tot geweld. Het duurde vaak niet langer dan tien minuten voor we de reactiemogelijkheid op Instagram en Facebook moesten uitschakelen, omdat de berichten echt niet door de beugel konden.

Homofobe spreekkoren in voetbalstadions kun je strafrechtelijk vervolgen, transfobe spreekkoren niet.

Recent data-onderzoek van De Groene Amsterdammer bevestigt dit beeld: met name complotdenkers, conservatieve feministen, strenggelovigen en ‘bezorgde’ influencers uiten steeds vaker haatdragende teksten over (met name) trans personen op sociale media. Naast de verkiezing van Rikkie Kollé waren de hetze tegen Kinderboekenweekdichter Pim Lammers en de Week van de Lentekriebels dieptepunten qua online homo- en transfobie. Die laatste was een onschuldig lespakket van kenniscentrum Rutgers over relaties, seksualiteit en weerbaarheid werd online en masse bestempeld als woke-indoctrinatie die onder andere pedofilie zou verheerlijken. “En dan te bedenken dat Elon Musk op X [voorheen Twitter – red.] alle haatberichten maar goed vindt onder het mom van vrijheid van meningsuiting”, zegt Verdegem. Ook wijst ze op het verontrustende feit dat groepsbelediging van trans personen in Nederland nog altijd niet strafbaar is. Homofobe spreekkoren in voetbalstadions kun je bijvoorbeeld strafrechtelijk vervolgen, maar transfobe spreekkoren niet. “Het wetsvoorstel is nog steeds niet door de Tweede Kamer”, zegt Verdegem. “Dit is rechtsongelijkheid.”

Een andere groep binnen de regenboogfamilie die onder druk staat, zijn de dragqueens en -kings. Hoewel er geen concrete statistieken worden bijgehouden over discriminatie van drag artiesten, zie je dat in Amerika en Europa de weerstand sinds twee jaar toeneemt. Het heeft zelfs een naam gekregen: drag panic. “De situatie wordt steeds onveiliger”, zegt Andy Wilson, mede-eigenaar van Dorothy’s Bar in Groningen, de enige drag bar in Noord-Nederland. “Je hoort het steeds vaker. Dragqueens worden pedofielen genoemd, belaagd, achtervolgd of met messen bedreigd. Drag-voorleesmiddagen kunnen inmiddels rekenen op tegendemonstraties. Het is Trumpiaans.” Totaal anders was het toen de Britse Andy en zijn man vijftien jaar geleden naar Nederland kwamen. “We voelden ons echt vrij hier, alles was mogelijk.”

“In tegenstelling tot sommige queens in Amsterdam, loop ik in glitterjurk over straat”

Anderhalf jaar geleden openden ze de deuren van hun geliefde Dorothy’s, waar Andy geregeld in drag optreedt als Dorothy Male. De kroeg is een safe space voor de queer gemeenschap, maar er is zelden een deurbeleid. Iedereen is welkom, tot baldadige Vindicatleden aan toe — mits ze zich respectvol gedragen. Hoewel het binnen altijd feest is, merken ze voor de deur wel degelijk wat van het anti-drag sentiment. “We worden soms met eieren bekogeld of uitgescholden, en onze pridevlaggen worden keer op keer gestolen of vernield”, zegt Andy. “We zijn een kleine bar, dus steeds een nieuwe kopen tikt wel aan. Maar als het iedere maand moet, doe ik het iedere maand.”

Helaas is dit niet het enige waar de bar in zijn prille bestaan mee heeft moeten dealen. Begin april werden Andy, zijn partner en een paar medewerkers na een dragshow aangevallen door een man op straat. Ze werden uitgescholden en gefilmd. Vlak daarna ging de man door het lint. “Ik ben een keer of tien in mijn gezicht geslagen”, zegt Andy. Het personeel van Dorothy’s kwam met de schrik (en een paar blauwe plekken) vrij, maar de mentale impact is groot. “Dit heb ik nog nooit meegemaakt. Ik ben bang dat het geweld tegen dragqueens in Nederland alleen maar verergert.” Toch laat hij zich niet uit het veld slaan. “In tegenstelling tot sommige queens in Amsterdam, loop ik in glitterjurk over straat”, zegt een strijdbare Andy. “Zij het op platte schoenen, want met naaldhakken over de kinderkopjes in het centrum is niet te doen.”

“De stap zetten om naar de politie te gaan kan best groot zijn, als je bijvoorbeeld denkt ‘alleen maar’ uitgescholden te zijn”

Het belang van melding doen

Hoewel Andy aangifte heeft gedaan, is de dader tot dusver niet gevonden. Sinds het incident checkt de horecapolitie geregeld bij ze in. “We zijn zeer tevreden met hoe de politie handelt”, zegt Andy. Ook heeft hij eenmalig contact gehad met een agent van Roze in Blauw, het lhbtq-netwerk van de politie. Faycal El Ouaret, voorzitter van Roze in Blauw Amsterdam, herkent helaas het beeld van scheldpartijen, bedreigingen en mishandelingen, net als de toename van online discriminatie (van identiteitsfraude via datingapps tot online haatcampagnes) en het aantal pridevlaggen dat gestolen of vernield wordt. “Dit past binnen een beeld van een samenleving die polariseert. Er heerst daardoor ook meer angst bij slacht-offers”, zegt El Ouaret.

Des te belangrijker is het dat slachtoffers incidenten melden of aangifte doen. Dat kan via een van de Roze in Blauw-netwerken die ons land rijk is: daar spreek je direct met een queer agent. “De stap zetten om naar de politie te gaan kan best groot zijn, als je bijvoorbeeld in de kast zit en niet durft, denkt ‘alleen maar’ uitgescholden te zijn, of een negatief gevoel hebt bij de politie, maar bij ons hoef je niet bang te zijn voor veroordelende blikken. Als er iets naars gebeurt met een Grindr-date die je net vijf minuten kent, hoef jij je niet te verantwoorden. Wij begrijpen dit en helpen je”, zegt de Roze in Blauw-voorzitter, die een aantal jaar geleden zelf goed is bijgestaan door politiecollega’s toen hij uit de kast kwam bij zijn familie.

Het is momenteel erg lastig om discriminatie tegen non-binaire en intersekse personen goed in kaart te brengen.

Slachtoffers weten gelukkig de politie ook te vinden. Uit recent onderzoek van de Europese Unie blijkt dat 22 procent van de Nederlandse lhbtq personen die een hatecrime heeft meegemaakt, melding maakt bij de politie. Dat is het hoogste percentage in de EU. Toch kan dit een stuk hoger. “We horen best vaak: ‘er wordt toch niks gedaan met m’n aangifte’”, zegt El Ouaret. “Dat is niet waar. Het kan natuurlijk voorkomen dat er te weinig opsporingsindicaties zijn, maar ook dan is het wel belangrijk om het te melden. Deze cijfers kunnen we delen met de gemeente, die er weer beleid van kan maken.” Hoewel deze manier van monitoren belangrijk is, ontbreken er volgens Transgender Netwerk-voorzitter Remke Verdegem belangrijke data. “Wij pleiten er al lange tijd voor dat de politie meer gendersensitief wordt en bij discriminatiemeldingen naast het geslacht ook vastlegt of een slachtoffer transgender – binair en non-binair, of bijvoorbeeld intersekse is. Zo krijg je een veel vollediger beeld van de statistieken”, zegt Verdegem. Voor non-binaire en intersekse personen zou zo’n aanpassing in de systemen van belang zijn, het is momenteel erg lastig om discriminatie tegen hen goed in kaart te brengen. El Ouaret begrijpt de frustratie: “Als organisatie zijn we er nog niet, maar ik hoop dat de verandering gaat komen.” 

De Transgenderwet die er toch niet kwam

Eén of twee extra kopjes toevoegen aan meldingen of proces-verbalen lijkt makkelijk, maar is natuurlijk een politieke keuze. Hoewel er zeker partijen zijn die zich hiervoor inzetten, met name aan de linkerflank, waait ook in politiek Den Haag een conservatieve wind. Die narratieven komen volgens Verdegem deels overwaaien vanuit de Verenigde Staten, waar een sterke anti-woke lobby gevestigd is en rechten van vrouwen, trans personen en dragkings en -queens in bepaalde staten al zijn ingeperkt. Die geluiden hoor je ook in de Nederlandse samenleving. Volgens de voorzitter van Transgender Netwerk gaat het met name om een kleine, maar luide en invloedrijke groep die goed gefinancierd wordt om hun woord te verspreiden via reclameborden en sociale media. “Ze appelleren aan het ‘gezonde’ verstand van mensen”, zegt Verdegem.

Tegenstanders van de Transgenderwet hebben een onderbuikgevoel aangewakkerd bij ouders.

Neem bijvoorbeeld de nieuwe Transgenderwet, die moet het mogelijk maken om zonder tussenkomst van een deskundige je geslachtsvermelding in je paspoort te wijzigen – een belangrijke stap voor de zelfbeschikking van trans personen. Hoewel er in eerste instantie weinig politieke weerstand was, ligt de wet nu al langer dan drie jaar op de onderhandelingstafel. Ter vergelijking: in landen als België, Malta en Noorwegen is een soortgelijke wet allang ingevoerd. Volgens Verdegem hebben tegenstanders een onderbuikgevoel aangewakkerd bij ouders: er zou namelijk misbruik gemaakt kunnen worden van de wet. ‘Mannen in jurken dringen meisjeskleedkamers binnen’, dat idee. Onzin, vindt Verdegem: “Hoe vaak heb jij je paspoort moeten laten zien voordat je een kleedkamer betrad? Precies, nooit. Waarom zou deze wet dan dit soort misbruik uitlokken?” Toch begrijpt ze waarom het aanslaat. “Er wordt ingespeeld op een ongegronde, maar voorstelbare angst. Dat maakt het zo risicovol”, zegt Verdegem.

Dat dit conservatieve onderbuikgevoel ook zijn weg naar de Tweede Kamer gevonden heeft, zie je bijvoorbeeld bij Forum voor Democratie. Baudet echoot aan de lopende band anti-trans uitspraken en heeft zelfs een verbod op ‘transgender-propaganda’ opgenomen in zijn verkiezingsprogramma. Kanshebber BBB rept met geen woord over lhbtq personen in het programma, behalve dat er een ‘zorgvuldig besluitvormingsproces’ nodig is voordat iemand in transitie zou gaan. Ook de PVV steekt geregeld de draak met het bestaansrecht van trans personen. “Wilders zei laatst in een Kamerdebat nog: ‘Vandaag voel ik me vrouw, morgen een kameel’. Je mag verwachten dat de Kamervoorzitter ingrijpt bij dit soort uitspraken, maar dat gebeurt onvoldoende”, zegt Verdegem. Ze denkt dat de verharding van het debat het anti-trans sentiment alleen maar versterkt. “Als politici zich laatdunkend uitlaten over trans personen, denken burgers dat ze dat ook mogen doen. En woorden van haat leiden tot daden van haat.” Dit alles maakt dat meerdere partijen, inclusief de VVD, die nota bene zelf de nieuwe Transgenderwet initieerde, vermoedelijk vanwege electoraal gewin terugkrabbelen. “Dat de wet controversieel is verklaard is een klap in het gezicht van transgender personen. We hopen dat het nieuwe kabinet inziet waar de wet wel om draait: vrijheid, veiligheid, zelfbeschikking en steun aan de trans community”, zegt Verdegem.

“Het ergste is dat je als intersekse kind niet gewoon kind mag zijn, maar in het medische circuit wordt gegooid omdat je onnodig ‘aangepast’ moet worden”

Consent is key

Naast de uitgestelde Transgenderwet, lange wachttijden in de transgenderzorg (tot drie jaar), het uitblijven van een wettelijk georganiseerd transitieverlof en het feit dat ‘homogenezingstherapieën’ nog steeds niet verboden zijn, springt er nog een zaak uit waarom Nederland inmiddels op een schamele veertiende plaats staat in de Regenboogindex van ILGA Europe: het beleid op intersekse personen. In Nederland worden namelijk nog steeds non-consensuele, niet-noodzakelijke medische behandelingen uitgevoerd bij intersekse kinderen. Dat gaat van suggestieve gesprekken met psychologen tot hormoonbehandelingen en geslachtsoperaties. Dit alles gebeurt op jonge leeftijd, en dus heeft het kind daar zelf geen zeggenschap over. Ouders en artsen maken vanuit een binair wereldbeeld de keuze dat een intersekse kind zoveel mogelijk de lichamelijke kenmerken van een man of vrouw krijgt.

“Hoewel de operaties sinds de jaren 1950 worden uitgevoerd, zijn artsen er nooit in geslaagd het nut van deze behandelingen wetenschappelijk aan te tonen. De afgelopen 15 jaar wijzen onderzoeken vaker op het tegendeel. En als ze later in het leven toch wenselijk blijken, kun je ze altijd nog starten op een moment dat intersekse personen daar zelf over kunnen beslissen”, zegt Miriam van der Have. De intersekse-activist zet zich al ruim 25 jaar in om deze behandelingen te verbieden en strafbaar te maken. Toch loopt ze steeds tegen een muur van politieke onwil. “Ondanks tal van onderzoeken en VN-rapporten die bewijzen dat de behandelingen niet nodig zijn en het feit dat Nederland het anti-folteringsverdrag heeft getekend, blijft de overheid artsen en ouders de hand boven het hoofd houden. Het ergste is dat je niet gewoon kind mag zijn, maar in het medische circuit wordt gegooid omdat je onnodig ‘aangepast’ moet worden.”

Illustratie van problemen in zorg voor intersekse personen
Uit onderzoek van de NNID en Rutgers blijkt dat de medische behandelingen bij intersekse kinderen ook tot psychische problemen leiden.

Uit onderzoek van de NNID en Rutgers blijkt dat de medische behandelingen ook tot psychische problemen leiden. Zo ervaren intersekse personen problemen met seksualiteit (het lichaam is immers jarenlang geobjectiveerd in ziekenhuizen) en is het aantal suïcidepogingen schrikbarend hoog. Een behandeling simpelweg afbreken als je volwassen bent, kan ook niet altijd zomaar, weet Miriam van der Have uit eigen ervaring. “Vanwege mijn behandeling als kind slik ik nu nog steeds oestrogeen. Als ik daarmee stop, is dat slecht voor mijn botten en kan ik osteoporose krijgen”, zegt ze. Deze situatie was eigenlijk helemaal niet nodig geweest. Op jonge leeftijd werden haar teelballen (en dus testosteronaanmaak) weggehaald omdat er volgens de artsen ooit kanker zou kunnen ontstaan. “Net als dat vrouwen op den duur allemaal een grote kans krijgen op borstkanker. Maar die borsten ga je toch ook niet op jonge leeftijd preventief verwijderen?” Volgens Van der Have wordt het echt tijd om deze medische behandelingen te verbieden, zoals ook in de landen om ons heen is gebeurd. 

Een structureel vergeten groep

Naast intersekse personen is er nog een uiterst kwetsbare groep binnen de regenboogfamilie in Nederland die structureel vergeten wordt. De veiligheid van lhbtq vluchtelingen, asielzoekers en statushouders staat al jaren onder druk en verslechtert zelfs. Uit onderzoek van LGBT Asylum Support blijkt dat twee derde van de lhbtq bewoners in asielzoekerscentra te maken krijgt met discriminatie. Het aantal discriminatiemeldingen dat de stichting binnenkrijgt – van scheldpartijen tot brute mishandelingen – stijgt al jaren. “Vorig jaar waren dat er 500. Dit jaar gaan we daar dik overheen”, zegt Sandro Kortekaas. Volgens de voorzitter van LGBT Asylum Support begint de haat (die queer asielzoekers juist met veel moeilijkheden in hun thuisland hebben ontvlucht) vaak al op de dag dat ze aankomen in Nederland. “Onlangs werd een Russische lhbtq persoon op dag één in Ter Apel gelijk aangerand door een andere bewoner. Je denkt eindelijk veilig en vrij te zijn, maar moet meteen terug de kast in. Het is onthutsend”, zegt Kortekaas. Dit soort incidenten komen veel voor. Zeker asielzoekers die ‘zichtbaar’ lhbtq zijn, bijvoorbeeld gay koppels of een trans vrouw in transitie, zijn snel doelwit. Juist omdat ze op afdelingen worden geplaatst tussen mannen, vaak landgenoten. Tel daarbij op dat het COA met onderbezetting worstelt en queer vluchtelingen ook niet altijd wat van de beveiliging kunnen verwachten – in een noodopvanglocatie in Biddinghuizen werkt zelfs het noodnummer niet.

De oproep tot landelijk beleid voor queer asielzoekers wordt keer op keer door de staatssecretaris genegeerd.

Daarom pleit Kortekaas al sinds 2016 voor de landelijke invoering van lhbtq units in asielzoekerscentra – afdelingen waar queer personen veilig zichzelf kunnen zijn. Sommige azc’s hebben op eigen houtje een lhbtq unit geplaatst (eigenlijk mag dit niet) maar die laten vaak te wensen over. Zo stond de lhbtq unit in Ter Apel in eerste instantie midden op het terrein, naast een verdeelpunt voor voedsel. “De lhbtq personen werden daar dag en nacht belaagd. Uiteindelijk heb ik voor elkaar gekregen dat de unit werd verplaatst naar een ander deel van het terrein, in de buurt van de beveiliging.” De oproep tot landelijk beleid wordt keer op keer door de staatssecretaris genegeerd. “We krijgen steeds te horen: ‘Azc’s moeten een afspiegeling zijn van de Nederlandse samenleving, daar leeft ook iedereen naast elkaar’. De staatssecretaris heeft duidelijk geen flauw benul van de situatie. Dit jaar hebben twee queer asielzoekers suïcide gepleegd vanwege pesterijen en een uitzichtloze situatie. We krijgen zó veel signalen dat mensen suïcidaal zijn. Dit zou een wake-upcall moeten zijn”, zegt Kortekaas. Bij het COC Regenboog Verkiezingsdebat van eind oktober zei een groot aantal partijen (maar bijvoorbeeld niet NSC van Pieter Omtzigt, die er net als BBB voor kozen niet aanwezig te zijn) dan ook toe voorstander te zijn van lhbtq units. Voor Kortekaas, die zich hier al zo lang voor inzet en nul op rekest krijgt, is het eerst zien dan geloven.

LGBT Asylum Support maakt zich daarnaast hard voor een eerlijke procedure. Volgens Kortekaas maakt de IND continu fouten, waardoor lhbtq asielzoekers die recht hebben op asiel, het uiteindelijk niet krijgen. “Bij bijna alle zaken die worden afgewezen gaat het om ‘meer inzichten die moeten worden afgegeven’ dan iemand simpelweg kán. Alle bewijsstukken voor een bestendige homoseksuele relatie kunnen op tafel liggen, maar als je angstig in een gehoorzaal niet goed uit je woorden komt, kan de IND je aanvraag afkeuren”, zegt Kortekaas. Volgens hem doet de IND onvoldoende onderzoek naar het referentiekader van asielzoekers. “Lhbtq vluchtelingen zijn vaak in hun moederland uit noodzaak getraind in het verborgen houden van hun identiteit én zijn angstig voor autoriteiten. Als IND moet je rekening houden met die culturele bagage.” Een deel van die oplossing zou volgens Kortekaas een inclusievere IND zijn. “Richt een Roze IND-netwerk op.”

Om de veiligheid van de lhbtq-gemeenschap te garanderen is er meer nodig dan het hijsen van een regenboogvlag.

Het moge duidelijk zijn: de nieuwe leden van de Tweede Kamer hebben straks een hoop werk te verrichten om de veiligheid en het welzijn van de lhbtq-gemeenschap te garanderen. En dat houdt meer in dan een regenboogvlag hijsen als steunbetuiging, weet ook Andy Wilson. De gemeente Groningen hielp hem na het geweldsincident met de installatie van een beveiligingssysteem in zijn bar, maar Andy’s verzoek om camera’s voor de deur te plaatsen werd geweigerd. “Dat lag politiek te gevoelig. En toch werden we vlak na het incident door diezelfde wethouders uitgenodigd om een statement te maken tegen homofobie. Wij hebben vriendelijk bedankt voor het fotomoment”, zegt Andy. “Natuurlijk steunen wij zo’n actie, maar ik vraag me dan af: wat doen jullie voor de gemeenschap?”

Illustraties: John Back

Magazine 123
De nieuwe Winq is uit!
Delen op

Winq in je inbox

Meld je aan voor onze nieuwsbrief en ontvang wekelijks een overzicht van de beste artikelen.

Magazine 123

De nieuwe Winq is uit!

Neem een abonnement

Geef cadeau